Juridisch

Algemene voorwaarden

Dit is een vertaling van het Duitse origineel. De contractuele verhouding wordt beheerst door Duits recht; bij afwijkingen tussen de taalversies prevaleert de Duitse versie.

§ 1 Toepassingsgebied, contractpartijen, rechtsgrondslagen

(1) Deze algemene voorwaarden gelden voor alle overeenkomsten van de vervoerder – Yachttransporte Faltus & Bantje, eigenaar Ulrich Faltus, Alte Meierstraße 8, 28844 Weyhe, Duitsland (de „vervoerder”) – over het vervoer van goederen, in het bijzonder jachten en boten alsmede speciaal-, exceptioneel en zwaar transport, met inbegrip van daarmee samenhangende aanvullende diensten (onder meer kraanbelading, begeleidingsvoertuigen, vergunnings- en transportplanning, tuigageservice, winterstalling, bemiddeling van zeetransport en verzekering).

(2) Consument is iedere natuurlijke persoon die de overeenkomst sluit voor doeleinden die overwegend buiten zijn bedrijfs- of zelfstandige beroepsactiviteit vallen (§ 13 BGB, Duits Burgerlijk Wetboek). Ondernemer is wie handelt in de uitoefening van zijn bedrijfs- of zelfstandige beroepsactiviteit (§ 14 BGB). Bepalingen die zijn aangeduid als „uitsluitend jegens ondernemers” gelden niet jegens consumenten.

(3) Tegenstrijdige of afwijkende voorwaarden van de opdrachtgever worden geen onderdeel van de overeenkomst, tenzij de vervoerder uitdrukkelijk in tekstvorm met de gelding ervan instemt.

(4) Aanvullend en met voorrang gelden de dwingende wettelijke bepalingen, in het bijzonder de §§ 407 e.v. HGB (Duits Wetboek van Koophandel, vervoersovereenkomst) en, bij grensoverschrijdend wegvervoer, de CMR. Voor zover de CMR of dwingende HGB-bepalingen strijdig zijn met een bepaling van deze voorwaarden, prevaleren zij; de overige bepalingen blijven van kracht.

§ 2 Aanbod, totstandkoming, prijzen

(1) Aanbiedingen van de vervoerder zijn vrijblijvend, tenzij zij uitdrukkelijk als bindend zijn aangeduid; zij berusten op de gegevens van de opdrachtgever. De overeenkomst komt tot stand met de opdrachtbevestiging van de vervoerder in tekstvorm of met de aanvang van de uitvoering.

(2) Ontstaan er na het sluiten van de overeenkomst meerkosten door onjuiste of onvolledige gegevens van de opdrachtgever, door voorwaarden van overheidswege of door onvoorzienbare belemmeringen, dan is de vervoerder gerechtigd de vergoeding dienovereenkomstig aan te passen; de opdrachtgever wordt hierover onverwijld geïnformeerd.

§ 3 Overheidsvergunningen (exceptioneel en zwaar transport)

(1) Overeenkomsten waarvan de uitvoering een vergunning of ontheffing vereist (in het bijzonder de §§ 29 lid 3, 46 StVO juncto de §§ 18, 22 StVO en § 70 StVZO – Duitse verkeersregelgeving), worden gesloten onder de opschortende voorwaarde van tijdige verlening van de betreffende vergunning.

(2) Wordt de vergunning niet, niet tijdig of slechts onder voorwaarden verleend die het transport aanzienlijk duurder of bezwaarlijker maken, dan is elk der partijen gerechtigd de betrokken opdracht te ontbinden. De vervoerder kan de tot dan toe verrichte planning-, aanvraag- en routecontrolewerkzaamheden op basis van bestede tijd factureren.

(3) Vergoedingen en kosten uit voorwaarden van overheidswege, routecontroles, verkeersgeleidende maatregelen, omleidingen of politie- of particuliere begeleiding (BF2/BF3) komen ten laste van de opdrachtgever, tenzij uitdrukkelijk anders is overeengekomen.

§ 4 Medewerkings- en informatieplichten van de opdrachtgever

(1) De opdrachtgever stelt de goederen tijdig en in transporteerbare staat ter beschikking.

(2) Uiterlijk bij het verstrekken van de opdracht deelt de opdrachtgever in tekstvorm mee: de exacte afmetingen (lengte, breedte, hoogte boven kiel of opbouw), het exacte gewicht, de materiaalsoort alsmede bijzondere eigenschappen (zwaartepunt, aanslag- en kraanpunten, kielvorm, kwetsbare aanbouwdelen). Voor schade, vertragingen en sancties van overheidswege die causaal berusten op onjuiste of onvolledige gegevens, is de opdrachtgever aansprakelijk overeenkomstig § 414 HGB; eigen schuld van de vervoerder blijft onverlet (§ 254 BGB).

(3) Toebehoren en bijladingen dienen te worden gezekerd of verwijderd. Gevaarlijke goederen in de zin van § 410 HGB (onder meer brandstof- of gastanks die verder gevuld zijn dan de toegestane resthoeveelheden, gasflessen, lakken, bijtende stoffen, losse lithium-ion-accu’s en batterijen) dienen vóór het transport te worden verwijderd. Gebruikelijke resthoeveelheden brandstof voor het manoeuvreren van het jacht zijn toegestaan. De vervoerder is gerechtigd niet-toegestane voorwerpen op kosten van de opdrachtgever te verwijderen of het transport te weigeren.

(4) Dekzeilen, huiken en sprayhoods alsmede losse of aan windbelasting blootgestelde opbouwdelen (antennes, instrumenten, afneembare delen) dienen door de opdrachtgever vóór het transport te worden verwijderd; masten dienen, tenzij afzonderlijk overeengekomen, gestreken en gezekerd ter beschikking te worden gesteld. Verlangt de opdrachtgever uitdrukkelijk transport met gemonteerd dekzeil of gemonteerde opbouw, dan wijst de vervoerder op het verhoogde risico van schade door rijwind. De vervoerder is in dat geval niet aansprakelijk voor gewone nalatigheid, voor zover de schade juist berust op het op verzoek behouden dekzeil of opbouwdeel. Onverlet blijft de aansprakelijkheid voor opzet en grove schuld, voor letsel aan leven, lichaam of gezondheid, alsmede voor schending van wezenlijke contractuele verplichtingen (kardinale verplichtingen).

(5) Zijn de goederen niet transporteerbaar of is bij aflevering niet voldaan aan de op grond van de leden 2 tot en met 4 vereiste voorwaarden, dan kan de vervoerder de inontvangstneming weigeren. De daaruit voortvloeiende wacht- en leegrijkosten komen ten laste van de opdrachtgever voor zover hij daarvoor verantwoordelijk is.

§ 5 Laden en lossen, toegang, kraanwerk, staangeld

(1) De opdrachtgever wijst de laad- en losplaatsen aan waarvan de toegangswegen, manoeuvreerruimten en draagkracht van de bodem het veilig inzetten van zwaartransportvoertuigen en eventueel autokranen mogelijk maken. De opdrachtgever is aansprakelijk voor meerkosten, speciale uitrusting of schade als gevolg van ongeschikte toegang of onvoldoende draagkracht, voor zover hij daarvoor verantwoordelijk is.

(2) Bij kraanwerk waarborgt de opdrachtgever geschikte, draagkrachtige aanslag- en kraanpunten alsmede de correcte opgave daarvan; op daarop berustende schade is lid 1 van overeenkomstige toepassing.

(3) Voor het laden en lossen wordt in totaal twee uur kosteloze laadtijd verleend (§ 412 HGB). Voor elk verder aangevangen uur – ook bij wachttijden die aan de opdrachtgever zijn toe te rekenen, zoals een te late kraanafspraak op de werf – wordt een staangeld van 90,00 EUR vermeerderd met de wettelijke btw in rekening gebracht, tenzij de opdrachtgever niet verantwoordelijk is voor de vertraging. Het staat de opdrachtgever vrij te bewijzen dat geen of een aanzienlijk lagere schade of kostenpost is ontstaan.

§ 6 Aansprakelijkheid en verzekering

(1) De vervoerder is aansprakelijk overeenkomstig de wettelijke bepalingen van het HGB en – in het grensoverschrijdend verkeer – de CMR. De aansprakelijkheid voor verlies of beschadiging van de goederen is beperkt tot 8,33 bijzondere trekkingsrechten (SDR) per kilogram van het brutogewicht van de zending (§ 431 HGB, art. 23 CMR). De aansprakelijkheid wegens overschrijding van de afleveringstermijn is beperkt tot het drievoud van de vrachtprijs (§ 431 lid 3 HGB).

(2) Deze aansprakelijkheidsbeperkingen gelden niet voor zover de schade berust op opzet of grove schuld van de vervoerder of zijn hulppersonen, of voor zover de voorwaarden van § 435 HGB of art. 29 CMR zijn vervuld; evenmin bij letsel aan leven, lichaam of gezondheid.

(3) Belangrijke aanwijzing: aangezien jachten en speciale goederen doorgaans een hoge waarde bij een verhoudingsgewijs gering gewicht hebben, dekt de wettelijke aansprakelijkheidsgrens de werkelijke waarde in de regel bij lange na niet. De opdrachtgever wordt dringend aangeraden een afzonderlijke transport- of goederenverzekering af te sluiten. Op verzoek bemiddelt de vervoerder een dergelijke verzekering of komt tegen toeslag een waardeaangifte overeen (§ 449 lid 2 HGB, art. 24 en 26 CMR).

(4) Een toezegging van bepaalde aflever- of uitvoeringsdata bestaat slechts voor zover een vaste termijn uitdrukkelijk als zodanig in tekstvorm is overeengekomen. De vervoerder is niet aansprakelijk voor vertragingen door omstandigheden die hij ook bij toepassing van de zorg van een zorgvuldig vervoerder niet kon vermijden (§ 426 HGB), in het bijzonder weersomstandigheden, onvoorzienbare wegafsluitingen, overmacht alsmede vertragingen bij de verlening van overheidsvergunningen; lid 2 blijft onverlet.

§ 7 Overmacht

Gebeurtenissen van overmacht en onvoorzienbare omstandigheden buiten de macht van de vervoerder (onder meer natuurgebeurtenissen, storm en extreem weer, staking, overheidsbevelen, grens- of routeafsluitingen, epidemieën en pandemieën) ontheffen de vervoerder voor de duur ervan van zijn prestatieplicht. Duurt de belemmering langer dan vier weken, dan kan elk der partijen de betrokken opdracht ontbinden; reeds verrichte prestaties worden vergoed.

§ 8 Opzegging door de opdrachtgever, annulering, verschuiving

(1) Zegt de opdrachtgever de vervoersovereenkomst op, dan komen de vervoerder de rechten uit § 415 HGB toe (naar keuze de overeengekomen vracht verminderd met bespaarde kosten en elders verworven inkomsten, of een derde van de overeengekomen vracht, alsmede eventueel staangeld). Jegens ondernemers geldt bovendien: bij annulering of een door de opdrachtgever verlangde verschuiving dienen reeds gemaakte kosten (vergunningen, begeleidingsvoertuigen, ingeplande capaciteit) te worden vergoed.

(2) Jegens consumenten geldt § 415 HGB; het staat de consument vrij lagere bespaarde kosten of een lagere schade te bewijzen.

§ 9 Elektronische documentatie, overdracht, schademelding, aanwijzingen

(1) De vervoerder is gerechtigd de vervoersovereenkomst en de afleverbewijzen in elektronische vorm (e-CMR of digitaal afleverbewijs) af te wikkelen. De digitale handtekening van de opdrachtgever of geadresseerde op de mobiele apparaten van de vervoerder is rechtsgeldig.

(2) De toestand en volledigheid van de goederen worden bij inontvangstneming en aflevering fotografisch of per proces-verbaal gedocumenteerd. De opdrachtgever of geadresseerde werkt hieraan mee. Uiterlijk zichtbare schade dient uiterlijk bij aflevering, uiterlijk niet-zichtbare schade binnen zeven dagen na aflevering in tekstvorm te worden gemeld (§ 438 HGB); anders gelden de wettelijke vermoedens.

(3) Aanwijzingen die van de overeenkomst afwijken, dienen uitsluitend aan de planningsafdeling van de vervoerder te worden gericht; het rijdend personeel is niet aan zulke aanwijzingen gebonden. De §§ 418 en 419 HGB blijven onverlet.

§ 10 Betaling, verzuim, pandrecht

(1) De overeengekomen vergoeding is bij aflevering van de goederen opeisbaar en zonder aftrek te betalen, tenzij anders overeengekomen. De vervoerder kan van nieuwe klanten of bij een verhoogd betalingsrisico vooruitbetaling verlangen. Jegens ondernemers geldt: bij betalingsverzuim worden vertragingsrente van negen procentpunten boven de basisrente alsmede een forfaitair bedrag van 40 EUR (§ 288 lid 5 BGB) in rekening gebracht.

(2) Jegens consumenten bedraagt de vertragingsrente vijf procentpunten boven de basisrente (§ 288 lid 1 BGB).

(3) Verrekening of opschorting door de opdrachtgever is uitgesloten, tenzij de tegenvordering onbetwist of in kracht van gewijsde vastgesteld is, of – bij consumenten – uit dezelfde contractuele verhouding voortvloeit.

(4) De vervoerder heeft voor alle vorderingen uit de vervoersovereenkomst het wettelijke pandrecht op de vervoerde goederen (§ 441 HGB).

§ 11 Verjaring

Vorderingen verjaren overeenkomstig § 439 HGB of art. 32 CMR: in beginsel binnen één jaar, en binnen drie jaar bij opzet of daarmee gelijkgestelde schuld.

§ 12 Rechtskeuze, bevoegde rechter

(1) Het recht van de Bondsrepubliek Duitsland is van toepassing, met uitsluiting van het Weens Koopverdrag. Voor internationale transporten geldt bij voorrang de CMR. Jegens consumenten met gewone verblijfplaats in een ander EU-land blijven de dwingende beschermingsbepalingen van hun verblijfsstaat onverlet (art. 6 Rome I-verordening).

(2) Is de opdrachtgever ondernemer, publiekrechtelijke rechtspersoon of publiekrechtelijk bijzonder vermogen, dan is de uitsluitend bevoegde rechter voor alle geschillen uit of in verband met de vervoersovereenkomst de vestigingsplaats van de vervoerder (Weyhe). Dwingende bevoegde fora, in het bijzonder die van art. 31 CMR, blijven onverlet.

§ 13 Consumentengeschilbeslechting

De vervoerder is niet bereid en niet verplicht deel te nemen aan geschilbeslechtingsprocedures voor een consumentengeschillencommissie (§ 36 VSBG, Duitse wet inzake consumentengeschilbeslechting).

§ 14 Slotbepalingen

Mochten afzonderlijke bepalingen van deze voorwaarden ongeldig zijn of worden, dan blijft de geldigheid van de overige bepalingen onverlet; in plaats van ongeldige bepalingen gelden de wettelijke bepalingen (§ 306 BGB). Wijzigingen en aanvullingen behoeven tekstvorm.

§ 15 Bepalende taalversie

Deze algemene voorwaarden zijn een vertaling van het Duitse origineel, verstrekt voor het gemak. De contractuele verhouding wordt beheerst door Duits recht; bij afwijkingen of verschillen in uitleg tussen de taalversies prevaleert de Duitse versie.